We maken een ‘verandering van tijdperk’ mee.
De veranderingen situeren zich op een drievoudig niveau: dat van het mensbeeld, het wereldbeeld en het godsbeeld.
En daarin veranderen wel de antwoorden, maar niet de  drie centrale vragen:
wie is de mens? Hoe zit de werkelijkheid in elkaar? Is er een God en wie is die God?